JISC en de British Library onderzochten het informatiegedrag van de toekomstige generatie onderzoekers. Dat is schrikken en slikken voor Wetenschappelijke Bibliotheken.
De studie combineerde onderzoek naar de generatie bibliotheekgebruikers geboren vanaf circa 1990 met een analyse van informatiegedragsgevens over voorgaande generaties. Met deze methodologie werd onderbouwing gezocht voor een groot aantal aannames die we in bibliotheken hebben over informatiegedrag van jongere generaties. Meest pregnante resultaten:
-
Niet alleen jongere gebruikers maar ook ouderen zijn “power browsers”, mensen die feitelijk niet lezen maar skimmen.
-
Gebruikers hebben absoluut een voorkeur voor, vanuit gewoonte, voor de grote Search Engines in hun zoekgedrag. Bibliotheken spelen in informatiegedrag feitelijk een marginale rol. Waar ze dat wel doen op het gebied van toegang verschaffen, krijgen ze daar de credits niet voor.
Met andere woorden: Men browsed snel door allerlei bronnen, vertrouwt op grote merken (dat zijn bibliotheken niet) en wil nog niet eens full text zien maar “cyber bits of information”.
Meest verontrustende vaststelling in het rapport is dat bibliotheken niet in staat lijken te zijn tot respons op een snel veranderend informatiegedrag. We weten simpelweg erg weinig over onze gebruikers en hun gedrag. We slagen er niet in om naar analogie van de grote Search Engines en uitgevers om wetenschappelijke informatie in een enorm simpel en aansprekend jasje te gieten. En erger nog, we werken er gewoonweg niet hard genoeg aan. We blijven teveel in onze eigen kleine niches leunen op een model dat zwaar verankerd is in een verleden dat nu echt wel voorbij is. De auteurs voorspellen een nog snellere marginalisering van de bibliotheek als gevolg van de ontwikkeling van E-books, semantic web, virtueel publiceren, etc..
Uitdagingen:
-
core mission “the case of simplicity”: de digitale bibliotheek moet echt simpel naar analogie van aansprekende diensten als Google, Amazon, Facebook, etc.. Bibliotheken moeten herkenbaar aanwezig zijn in de grote search engines. (impliciet: laat je interface niet bepalen door uitgevers, maar aggregeer beschikbare content);
-
wordt e-consumer friendly, richt je op wat in de praktijk gewaardeerd wordt en niet op wat je als bibliotheek vind dat de gebruikers zou moeten waarderen;
-
heel serieus gaan werken aan monitoring van gebruikersgedrag;
-
ontwikkeling en innovatie zijn geen lokale kwesties: samenwerken op nationaal en internationaal nivveau tussen universiteiten onderling en met uitgevers, voorkom ontkoppeling met belangrijke partners;
-
informatievaardigheden moeten nog vee.l nadrukkelijker op de onderwijs en onderzoekagenda. Ook hierin kun je samenwerken met uitgevers en andere industriepartners.
Boven alles: van contentoriëntaite naar klantoriëntatie, gericht op zichtbare en meetbare toegevoegde waarde.
De auteurs besluiten met de opmerking “the library profession deperately needs leadership to develop a new vision for the 21 st century and reverse its declining profile and influence.” Ik vraag me voorlopig af of er genoeg jone en dynamische bibliothecarissen zijn die dit soort rapporten lezen en naar de praktijk kunnen vertalen ……
Lees: information behaviour of the researcher of the future